Ton Heerts - vijf misverstanden over het mbo

Vijf hardnekkige misverstanden over het mbo

23-04-2019

Trots, dat is minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, D66) vooral op het mbo, zei ze onlangs bij de presentatie van het inspectierapport De Staat van het Onderwijs. Een tijdje terug was daar „altijd gedoe”, nu ronden meer studenten hun studie succesvol af. Ton Heerts, voorzitter van de MBO Raad, is blij met de woorden van de minister. Toch zijn er volgens hem nog altijd hardnekkige misverstanden over het mbo (ruim een half miljoen studenten), ook in de politiek. Dit zijn de vijf belangrijkste.

Het mbo kan de tekorten op de arbeidsmarkt oplossen

"De komende twintig jaar houdt het tekort aan vakmensen in ons land aan. Dat is een gevolg van de demografie, dat onvoldoende wordt erkend. Jarenlang was er aandacht voor vergrijzing en daarmee gepaard gaande lasten, maar die ontwikkelingen hebben ook een andere kant: er zijn simpelweg onvoldoende mensen om de economie verder te brengen.

Om daarop te anticiperen, kunnen we drie dingen doen. Allereerst de huidige beroepsbevolking vragen om meer te werken. Dat betekent een grote campagne gericht op deeltijdwerkers. Ik ben niet tegen deeltijd, maar het is in zekere zin gekozen gedrag. Het moet topprioriteit worden de 40-urige werkweek weer de norm te laten worden. Bedrijven zouden kinderopvang kunnen faciliteren.

Daarnaast moeten we mensen die aan de kant staan, verleiden er weer bij te horen. Dat betekent dat niet alleen inkomen een onderdeel van sociale zekerheid moet zijn, maar ook scholing. En als je dat weigert, krijg je een probleem met je uitkering. Denemarken heeft zo’n systeem.

De derde oplossing is migratie. Onze arbeidsmarkt is aan het vereuropesen; kijk naar de bouw en de ict. Als je voor een uitkering vier dagen per week beschikbaar moet zijn voor (om)scholing, is het probleem met de WW-export ook zo opgelost. Je kan niet vanuit Warschau elke dag naar, zeg, ROC Noorderpoort.

De arbeidsmarkt is maakbaar

De maakbaarheidsgedachte is gevaarlijk en heeft ook in de politiek postgevat, vooral als het gaat om het mbo. Er wordt voortdurend gedaan alsof de artiesten van vandaag morgen bouwvakker kunnen worden en overmorgen waterpompen installeren. Dat is een totale ontkenning van de initiële functie van het beroepsonderwijs: jongvolwassenen in vrijheid de arbeidsmarkt laten betreden.

Wij kunnen wel voorlichten: als je voor een studie als artiest kiest, zijn de beroepskansen laag. Maar wie zijn wij om dwingend op te leggen wat je moet studeren? Kijk ook eens naar het hbo en wo. Er studeren er velen af in de geesteswetenschappen, daar vindt ook niet iedereen werk. Het is mijn overtuiging dat jongeren met een goede beroepsopleiding echt wel hun weg vinden naar de arbeidsmarkt. Meestal met een warme hand, soms met een dwingende.

Ik maak wel een onderscheid met volwassenen. Je moet je je hele leven kunnen ontwikkelen, maar ik vind niet dat we een 42-jarige moeten omscholen tot een vak waarin geen werk is. In ieder geval niet op kosten van de overheid.

De werknemer van de toekomst is volslagen anders

Iedereen heeft het maar over de mismatch tussen vraag en aanbod, over flexibilisering, robotisering. De mens die zou worden overgenomen door artificiële intelligentie. Maar het gros van de jongeren wil gewoon een baan en zo min mogelijk schulden. Er is in de kern niks veranderd aan het ideaal van huisje-boompje-beestje. De wereld verandert wel door technologisering, dat is waar, maar de mens blijft de regie houden. En mensen willen al eeuwenlang ergens bij horen, van elkaar houden, zich ontwikkelen.

Hoger is beter

Hoger is beter, dat is de norm in de samenleving en politiek. Als we daar niets aan doen, dan zal het mbo met een kwart krimpen, nog bovenop de demografische krimp. En hoger werkt niet voor iedereen. Een heleboel havisten komen er op 16-, 17-jarige leeftijd achter dat de route via het beroepsonderwijs ook prima is. Ik zie hoe gelukkig jongeren worden van de praktijk in het mbo – en niet van de schoolbanken. Het scheelt onnodige frustratie en negatieve ervaringen als we die groep eerder prikkelen. Op de basisschool zouden zorg en techniek al langs moeten komen, naast de algemeen vormende vakken. Niet om leerlingen eerder te laten kiezen, maar zodat ze zich beter kunnen oriënteren.

Hoe sneller de arbeidsmarkt op, hoe beter

Switchen moet weer normaal worden in het onderwijs. Daar moet je vrolijk van worden, en niet denken: ik heb een paar jaar verloren. Jezelf ontwikkelen kost tijd.

Nu het hoogconjunctuur is, zien we dat werkgevers jongeren na het vmbo direct aannemen. De prijs die we daarvoor betalen is enorm. Tot hun 25ste, 30ste gaat het meestal goed, maar niet zelden belanden ze daarna in de bijstand. 60 procent van de bijstandsgerechtigden heeft geen startkwalificatie. Bovendien leer je in de tijd tot je 25ste het best om te leren, en dat komt de rest van je leven van pas.

Soms is het verdomde handig dat wij een student een jaartje langer in het mbo houden, zodat hij of zij een zelfredzame volwassene wordt. Wie goed beroepsonderwijs volgt, heeft geen tijd om op de bank of in de cel te zitten en een grotere kans op geluk. En op zo weinig mogelijk aanspraak op overheidsvoorzieningen.”

bron: NRC.nl